Loonkostenvoordeel voor lage lonen


Sinds 2017 krijgen werkgevers, die werknemers in dienst hebben met een loon tussen 100% en 125% van het wettelijk minimumloon (WML), een nieuwe tegemoetkoming: het lage-inkomensvoordeel (LIV).


Voor het LIV gelden de volgende voorwaarden:


  • het gemiddelde uurloon van de werknemer bedraagt minimaal 100% en maximaal 125% van het WML voor iemand van 21 jaar of ouder; en

  • er is sprake van een substantiële baan (minimaal 1248 verloonde uren per kalenderjaar); en

  • de werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.


Wat betreft de verloonde uren gaat het om alle uitbetaalde uren, dus ook uren waarvoor niet gewerkt wordt. Denk aan betaald verlof, ziekte, overwerk en uitbetaalde verlofuren.


Tip: ga na voor welke werknemers je op grond van het uurloon het loonkostenvoordeel zou kunnen ontvangen. Ga vervolgens na of zij het minimaal vereiste aantal uren werken. Zitten ze net onder de grens, dan kan het lonend zijn het aantal uren te verhogen. Zelfs als je de werknemer extra betaald verlof zou geven, tellen de uren mee en kan je het loonkostenvoordeel wellicht toch binnenhalen.


Het LIV is ook van toepassing op werknemers jonger dan 21 jaar. Zij moeten dan echter wel een gemiddeld uurloon hebben van minimaal 100% en maximaal 125% afgeleid van het WML voor iemand van 21 jaar of ouder.


Let op! De definitieve grenzen worden pas in 2020 bekend.


Tip: je hoeft geen apart verzoek te doen voor het LIV. Het LIV wordt automatisch vastgesteld aan de hand van de in de loonaangifte aanwezige gegevens.


Het LIV wordt vormgegeven als een vast bedrag per verloond uur met een vast bedrag als jaarmaximum, volgens onderstaande tabel.


Hoogte loon Gemiddelde uurloon 100% tot Gemiddeld uurloon 110% tot 110% afgeleid van het WML 125% afgeleid van het WML

Vast bedrag

per verloond uur € 1,01 per uur € 0,51 per uur

Maximale hoogte LIV € 2.000 per jaar € 1.000 per jaar


Voor de tegemoetkoming is het van belang dat je het uurloon binnen de marges houdt.


Tip: voor jongeren die minder dan 100% afgeleid van het WML verdienen, kan het voordelig zijn het loon te verhogen tot binnen de marge. Let er bij werknemers met een uurloon rond 110% respectievelijk 125% op dat een kleine verhoging van het uurloon kan leiden tot een lager LIV.


Tip: is het uurloon te hoog, dan kan je in plaats van loon wellicht gebruik maken van alternatieven. Denk daarbij aan onbelaste kostenvergoedingen en het onderbrengen van belast loon in de werkkostenregeling. Dit loon telt namelijk niet mee voor de bepaling van het LIV.